Samenvatting: In een artikel in Tertio[1], een Vlaams christelijk opinieweekblad, schrijft redacteur Ludwig De Vocht zijn opinie over de huidige situatie in Israël (22/10/2024). Een analyse van het artikel leidt tot de ontdekking van een onderliggende theologie en godsbeeld (en beeld van Jezus) dat al tot veel ellende heeft geleid in de kerk en de wereld en dat om een herziening vraagt.
‘Mij komt de wraak toe’
Onder deze titel schetst de auteur een beeld van een machteloze VS die al maanden probeert zijn bondgenoot tot de orde te roepen, maar de oproep valt in dovemansoren. Ondanks de al bijna 50.000 doden in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Libanon, raast Israël maar verder, het geweld rechtvaardigend door te verwijzen naar Hamas als Amalek, de archetypische vijand die op bevel van een oudtestamentische wraakzuchtige Jahwe moest worden verdelgd, “mannen, vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.”(Sam.15:3).
In de wetten van Mozes is nochtans, om ‘wraakgevoelens binnen de perken te houden’, het ‘oog-om-oog en tand-om-tand’-principe ingevoerd waardoor een straf steeds in eenzelfde verhouding moet staan tot het aaangerichte leed. Maar ook door dit principe laten de Israëlische leiders zich niet meer leiden. Hun wraak is tomeloos en dat terwijl God nochtans gezegd heeft: ‘Mij komt de wraak toe, ik zal vergelden”(Dt. 32:35)[2], waar ook Paulus naar verwijst (Rom. 12, 17-21[3] en Hebr. 10,28-30[4]).
De joden zouden het dus vandaag dan toch ook moeten weten: “Het bloeddorstig nemen van wraak is uit den boze”.
Maar als Israël dan geen ‘wraak’ mag ‘uitoefenen’, wat stelt de auteur dan voor?
Geen vergevingsformule, maar een vergeldingsformule
Als Israël enkel gaat voor tomeloze wraak, en zich zelfs niet meer laten leiden door ‘hetgeen aan de ouden is gezegd’, noch het proportionaliteitsbeginsel (o.m. Ex. 21:24, maar ook Mt. 5:38), noch het verbod op doden (Mt.5:21)[5], dan zeker hebben ze geen oor voor de woorden van Jezus die een strengere leer voorstaat en aanmaant: “Ik zeg jullie een zaak niet uit te vechten met iemand die je kwaad heeft gedaan” (Mt. 5:38-39).
Volgens de auteur ‘gebruikt Israël de terreuraanval van Hamas als excuus voor de huidige oorlogen’ en zijn ze ‘blind voor de voorgeschiedenis’ die begon met ‘de door het Westen gesteunde kolonisatie van het Heilige Land”. De ellende blijft maar voortduren ‘alle vredesinspanningen van de internationale gemeenschap ten spijt”. Doof dus voor zowel de woorden van Jezus als de internationale gemeenschap.
Niemand heeft dan ook in de regio een boodschap aan het antwoord van Jezus op de vraag van Petrus hoeveel keer hij moet vergeven als “mijn broeder iets tegen mij misdoet”. Het bekende antwoord luidt: “Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal” (Matteüs 18:22).
In plaats van deze vergevingsformule van Jezus te volgen, volgt Netanyahu een vergeldingsformule waarbij het aantal doden al ‘bijna zeven keer zevenmaal hoger ligt’. En wellicht wordt het straks nog erger als ook Iran bij de oorlog betrokken wordt.
Tot zover een samenvatting van het artikel. Het volledige artikel kan je hier lezen.
Samenvattend kunnen we dus stellen dat er een wit-zwartbeeld wordt geschetst met aan de ene kant Israël als een bloeddorstige wraaknemer, doof voor de vraag van de VS en de aanmaningen van de internationale gemeenschap, maar ook blind voor de eigenlijke oorzaken van het conflict en voor de boodschap van het Nieuwe Testament, en aan de andere kant de vredelievende christelijke gemeenschap die oproept tot vrede in navolging van Jezus’ woorden.
Bij deze voorstelling van zaken wil ik enkele vragen en kritische kanttekeningen stellen.
De allereerste vraag die opkomt is of de woorden van Jezus die oproepen om niet te reageren en te vergeven, wel toegepast kunnen worden op deze conflictsituatie in het Midden-Oosten.
Als we zouden vertrekken vanuit de metafoor dat de staat zich moet gedragen als een goede huisvader, kan je de vraag stellen of we een huisvader zouden aanmanen om niet te reageren als zijn gezin wordt aangevallen en vermoord. Zouden we ons dan ook beroepen op Jezus’ woorden om te vragen aan de zijde te blijven staan en ‘de zaak niet uit te vechten’. De woorden van Jezus worden zo een oproep om gewoon alle onrecht dat geschiedt, te laten begaan. En dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest van Jezus?
Zo kunnen we ons ook de vraag stellen of Jezus woorden “’Gij zult niet doden. Wie doodt, zal strafbaar zijn voor het gerecht.”, van toepassing zijn op eender welke soldaat of leger dat iemand doodt in een oorlog? Ook als dat een oorlog is die dat leger voert omdat de bevolking wordt aangevallen en gedood, door een agressor die de intentie benadrukt om dat te blijven doen zolang dat volk nog bestaat?
Als Jezus zegt dat we “niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal” moeten vergeven (Mt. 18:22)”, kunnen we dit dan wel toepassen op de situatie waar Hezbollah in Libanon sinds 8 oktober 2023 ‘naar het zwaard’ heeft gegrepen, en sinds toen al méér dan zeventigmaal zevenmaal raketten op Israël heeft afgevuurd. En moet Israël dan nog wel blijven vergeven, nu ze al méér dan 8.000 maal zijn aangevallen?
Een kerkelijk probleem
Niet enkel in deze situatie, maar in heel wat andere situaties, lijkt deze opstelling op een éénzijdig beeld van God en van Jezus te zijn gebaseerd.
Het nadruk leggen op vergeven en de plicht om te vergeven, zeventig maal zevenmaal, heeft dit niet precies tot de gigantische vertrouwenscrisis geleid in de katholieke kerk? Heeft de kerk in de afgelopen tientallen jaren, zich baserend op deze woorden, niet nagelaten om plegers van misbruik krachtig te veroordelen en te straffen, in plaats van telkens maar te ‘vergeven’, 70 x 7x ….
Als je naar een slachtoffer luistert, ga je toch niet de les spellen dat hij of zij beter maar niet reageert of het maar over zich heen moet laten gaan, en dan ook nog stellen dat dat zelfs ethisch hoogstaander is. Het benadrukken van de onvoorwaardelijke liefde die God is en voorstaat en die altijd moet vloeien, mag niet de andere zijde van God verdonkeremanen, namelijk dat God ook gerechtigheid eist en straffen bij het afwijken van gerechtigheid. Jezus gaat niet bij een slachtoffer van verkrachting staan en dan zeggen dat je het maar moet laten passeren en dat je zeventigmaal zevenmaal moet vergeven.
Integendeel, als iemand aan een kind komt, zegt Jezus (Mt. 18:6) dat “het beter zou zijn voor hem dat een molensteen om zijn hals gehangen werd en hij in de diepte der zee verzonken wordt.”
Dit is een zijde van Jezus die weinig wordt belicht en waardoor er zo onnoemelijk veel ellende en leed in de wereld is gekomen, o.m. door een kerk die altijd misbruik toedekte met de mantel der liefde. Nee, onrecht wordt door God niet verdragen en moet worden gestraft. Daarom zijn er wetten nodig , op zijn minst een juridisch systeem, om recht te spreken en straffen op te leggen waar nodig.
Zo kan ik mij niet voorstellen dat, na 7 oktober 2023, Jezus zou gezegd hebben de “zaak niet uit te vechten die je kwaad heeft gedaan.” Hoe onvoorwaardelijk en diep Gods liefde ook mag zijn, het is niet toelaatbaar te moorden en te verkrachten, en vrouwen en kinderen als buit mee te nemen.
Een theologisch probleem
De relatie jodendom-christendom zoals die historisch is gegroeid, is lange tijd een getroebleerde en ongelijkwaardige relatie geweest, na een scheiding waarbij het christendom een ‘nieuwe’ religie werd en de kerk zich zag als de nieuwe partner Gods, de plaats innemend van het joodse volk, Israël, in een Nieuw Verbond dat het Oude Verbond vervangt. De kerk zag zich als overwinnaar en de synagoge werd geblinddoekt voorgesteld, blind voor de nieuwe realiteit van het Koninkrijk Gods en de Messias. Kerk en synagoge waren geen partners, geen gelijken, maar eerder antipoden, een tegenstelling die zich uitte in het Nieuwe Verbond versus het Oude Verbond, het Nieuwe Testament versus het Oude Testament, een nieuwe religie waarin Gods Geest leiding geeft versus een wettische religie, de Wet versus de Genade, etc..
De God van het Oude Testament werd gezien als een wraakzuchtige, eisende en straffende God; die van het Nieuwe Testament als vergevensgezind en liefdevol. Het jodendom heeft afgedaan, wordt verworpen door God en het restant van dat volk zal eeuwig als straf van God ronddwalen over de wereld.
Correctie op deze oude ideeën komen er pas, na de holocaust in WOII, tijdens het Vaticaans Concilie. Sinds toen wordt er gewezen op continuïteit, wordt er niet meer op de vervloeking van het joodse volk gealludeerd, maar blijft het Joodse volk een door God uitgekozen volk met een missie. Ook het joodse karakter van Jezus wordt benadrukt, en om de continuïteit te benadrukken wordt gesproken van een Eerste en een Tweede Testament.
In het artikel zien we echter toch nog deze oude tegenstelling van het Oude Testament met een wraakzuchtige Jahwe tegenover het Nieuwe Testament waar andere en nieuwe regels gelden die van een andere aard zijn en die ethisch – ook al wordt het niet letterlijk gezegd- van een hogere orde zijn.
Liefde (chesed) én Gerechtigheid (din) in de Bijbelse traditie
De Bijbelse God heeft twee complementaire karakteristieken, zowel chesed (Hebr. חֶסֶד), liefde en barmhartigheid), als din (Hebr. דִּין),gerechtigheid en gestrengheid. In analogie hiermee zijn deze karakteristieken ook bij Jezus als Zoon Gods terug te vinden.
Maar hier zijn deze twee zaken uit balans. Als God naar de gebeurtenissen van 7/10/23 kijkt, gaat Hij echt niet zeggen: “Ik zeg jullie een zaak niet uit te vechten met iemand die je kwaad heeft gedaan”, maar zal Hij oordelen en vragen naar Gerechtigheid.
Juist doordat de Kerk altijd die vergevende God zo eenzijdig belicht heeft, kan verklaard worden waarom gruweldaden die door geestelijken werden begaan, werden toegedekt en met de mantel der liefde bedekt. Maar als God een misbruik ziet, zal hij niet zeggen: ” “Ik zeg jullie een zaak niet uit te vechten met iemand die je kwaad heeft gedaan”.
Vandaag zijn mensen boos op die geestelijken die vroeger deze misbruiken met de mantel der liefde bedekten. Ze worden afgeschilderd als medeplichtigen aan deze misdaden, terwijl ze misschien echt dachten dat ze juist handelden vanuit deze alles overheersende maar eenzijdige ideologie van het vergeven.
Pas wanneer christenen niet meer wegkijken van de wraak nemende God die het volk van Amalek vervloekt en niet wegkijken van Jezus die vraagt voor gerechtigheid bij misbruik door de agressor “met een molensteen rond zijn hals in het diepste water te gooien’, dan zullen christenen en Joden elkaar vinden in hun toewijding aan een gemeenschappelijk Gods die Gerechtigheid eist en tegelijk Liefde en Barmhartigheid is. Dan kunnen ze samen werken aan een leer van een rechtvaardige oorlog en oordelen of een oorlog al dan niet vanuit een rechtvaardige intentie wordt gevoerd en al dan niet een daad van gerechtigheid is.
Het verhaal van de Amalekieten en van Jezus’ molensteen, duiden er op dat God verlangt dat kwaad en onrecht volledig en grondig worden verwijderd om een rechtvaardige en vreedzame samenleving te waarborgen, want zachte heelmeesters (die het kwaad en het onrecht niet grondig en volledig verwijderen) maken stinkende wonden.
Wie het zwaard trekt, zal met het zwaard omkomen.
De auteur eindigt met Jezus’ profetische waarschuwing dat “Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen” (Mt. 26:52.). Ter afsluiting wil ik hier dan ook de vraag stellen of het correct is om dit toe te passen op Israël. Want kan je stellen dat, als Israël reageert op een aanval op haar burgers die worden verkracht en vermoord, degene is die ‘naar het zwaard grijpt”? De context waarin Jezus dit zei, was toen Petrus het zwaard trok toen ze Jezus kwamen arresteren en wijst er op dat hij het afkeurt dat je een conflict start met het zwaard.
Als we het zo zou bekijken, moeten we misschien stellen dat Hamas en Hezbollah het zwaard hebben getrokken op 7 en 8 oktober 2023, en dat de uitspraak “allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen” dan misschien eerder wel van toepassing is op Hamas en Hezbollah.
Roel Paredis, 5 november 2024, http://www.huisvanabraham.be
[1] Tertio is een christelijk opinieweekblad dat zich richt op een breed publiek in Vlaanderen, met een focus die focus die zich richt op een breed publiek in Vlaanderen, met een focus op academici, de christelijke gemeenschap en mensen die geïnteresseerd zijn in actualiteit , spiritualiteit , religie en maatschappelijke kwesties. Zoals ze zelf stellen, doet Tertio dit “vanuit de overtuiging dat de christelijke inspiratie – in al haar verscheidenheid en veelstemmigheid – op een eigen en onvervangbare manier bijdraagt aan de humanisering van de samenleving en de wereld.” (www.tertio.be)
[2] (35) Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal hun kwaad vergelden wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.” (36) Want de HEER zal zijn volk recht doen.
[3] Rom. 12, 17-21: (17) Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. (18) Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. (19) Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’ (20) En ergens anders staat: ‘Als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.’( 21) Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
[4] Hebr. 10,28-30 (28) Voor wie de wet van Mozes naast zich neerlegt is er geen pardon; wanneer er ten minste twee getuigen een verklaring tegen hem afleggen, moet hij sterven. (29)Hoeveel zwaarder zal dan de straf niet zijn, denkt u, voor wie de Zoon van God vertrapt, het bloed van het verbond ontheiligt – terwijl hij erdoor geheiligd is – en de Geest van de genade veracht? (30) We kennen immers degene die gezegd heeft: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden,’ en ook: ‘De Heer zal oordelen over zijn volk.’( 31) Huiveringwekkend is het te vallen in de handen van de levende God!
[5] Jezus verwijst naar hetgeen gezegd is aan de ouden: ‘Gij zult niet doden en wie doodt, zal strafbaar zijn voor het gerecht.”(Mt. 5:21).