Pinksteren is voor veel mensen een moeilijk te plaatsen feest. Kerstmis kennen we. Pasen kennen we. Maar Pinksteren? Dat wordt vaak omschreven als het feest van de Heilige Geest, met beelden van vuur, vurige tongen en mensen die in verschillende talen spreken. Voor wie niet vertrouwd is met kerkelijke taal, klinkt dat al snel vreemd of ver weg.
Toch raakt Pinksteren aan een zeer actuele vraag: hoe kunnen mensen met verschillende talen, achtergronden en overtuigingen elkaar werkelijk verstaan?
In de christelijke traditie maakt Pinksteren deel uit van een groter verhaal. Met Kerstmis vieren christenen dat het Licht in de wereld geboren wordt. Met Pasen vieren zij dat het Licht sterker blijkt dan duisternis en dood. Met Pinksteren worden mensen door de Geest bezield om van dat Licht te getuigen en het verstaanbaar te maken voor anderen.
Pinksteren staat bovendien niet los van de joodse traditie. Het woord komt dan wel van het Griekse pentēkostē, “vijftigste” en verwijst zo naar de vijftigste dag na Pasen.maar is geënt op het feest dat in de joodse kalender eveneens op de vijftigste dag na Pesach wordt gevierd: Sjavoeot, het Wekenfeest.
Sjavoeot is oorspronkelijk een oogstfeest: een feest van dankbaarheid voor wat de aarde voortbrengt. Later wordt het in de joodse traditie ook verbonden met de gave van de Torah op Sinaï. Die dubbele betekenis is mooi. De mens leeft niet alleen van brood, maar ook van richting, onderricht en leiding. Wat gegeven wordt, blijft geen passief bezit. De aarde vraagt om bewerking; de Torah vraagt om uitleg, toepassing en belichaming.
Christelijk gelezen krijgt Pinksteren er nu een nieuwe laag bij. De Geest wordt gegeven, niet als privébezit of innerlijke ervaring voor enkelen, maar als kracht die mensen doet spreken en getuigen. In het verhaal van Handelingen zijn er joodse pelgrims en proselieten uit verschillende landen en taalgebieden in Jeruzalem. Het wonder is niet dat al die verschillen verdwijnen. Het wonder is dat ieder de boodschap hoort in zijn eigen taal.
Daarmee wordt Pinksteren een feest van verstaanbaarheid. Niet de veelheid van talen is het probleem. Het probleem ontstaat wanneer mensen elkaar niet meer verstaan.
Ook vanuit de islam kunnen we hierover zinvolle vragen stellen. Jodendom, christendom en islam worden gezien als aanverwante openbaringstradities, waar God Zich kenbaar maakt en mensen leidt, onderwijst en roept, maar ze spreken er elk over op hun eigen manier. Zoals Sjavoeot herinnert aan de gave van de Torah, en Pinksteren aan de gave van de Geest, zo herinnert Laylat al-Qadr,de Nacht van de Beschikking of de Nacht van de Macht, aan het begin van de neerdaling van de Koran: het Woord dat leiding geeft.
Ook het bekende Lichtvers in de Koran verbindt licht met leiding: “Allah leidt naar Zijn licht wie Hij wil.” Dat opent een mooie vraag aan moslims: hoe spreekt de islam over Gods leiding vandaag? Via de Koran, via gebed, via het hart, via het geweten, via wijsheid, gemeenschap en uitleg?
Vergelijken betekent niet gelijkschakelen. Het betekent zoeken naar een niveau waarop verschillen zichtbaar en bespreekbaar worden. Wie zijn eigen traditie ernstig neemt, hoeft de ander niet buiten Gods zorg, leiding of barmhartigheid te plaatsen.
Pinksteren wordt vaak gelezen als een antwoord op Babel, het verhaal van mensen die samen bouwen maar elkaar niet meer verstaan. Ook vandaag leven mensen uit vele talen, culturen en religies naast elkaar. Samenleven ontstaat echter niet vanzelf. Het vraagt om vertaling, luisteren en ruimte voor gesprek.
Dat is precies de opdracht van Wus’a, het nieuwe leer- en dialoogplatform van het Huis van Abraham: geen toren van één taal en één naam, maar een ruimte waar verschillende stemmen elkaar leren verstaan.
Misschien begint daar de betekenis van Pinksteren vandaag: dat wie iets ontvangen heeft, geroepen wordt om het zo te vertalen dat ook de ander kan verstaan wat ermee bedoeld is
Uitgebreider artikel lezen op Wus’a? Klik hier.