Voor welke wereld kiezen we?

De voorbije dagen ontstond in Antwerpen opnieuw ophef over de Israëlische vlag aan het stadhuis. Voor sommigen moet die vlag daar blijven hangen. Voor anderen moet ze zo snel mogelijk weg. En meteen zitten we weer in het vertrouwde schema: voor of tegen, zwart of wit, kamp tegen kamp.

Ik wil die discussie niet groter maken dan ze is. Niet omdat symbolen onbelangrijk zijn. Integendeel, symbolen doen ertoe. Maar precies daarom is het gevaarlijk wanneer elk symbool meteen wordt omgevormd tot een strijdsymbool of doelwit. Dan gaat het niet meer om waarheid, niet meer om mensen, niet meer om vrede, maar om wie het hardst roept en wie de volgende symbolische overwinning behaalt.

Vrede bereiken we niet met halve waarheden. Vrede bereiken we ook niet door de ene partij te demoniseren en de andere vrij te spreken van alle kwaad. Wie werkelijk vrede wil, moet kunnen onderscheiden. Tussen een volk en een regering. Tussen kritiek en haat. Tussen rechtvaardige verontwaardiging en de drang om de strijd eindeloos voort te zetten.

Daarom wil ik niet blijven hangen bij de vraag welke vlag waar hangt. Ik wil liever kijken naar de werkelijkheid die te vaak buiten beeld blijft.

Vandaag zag ik een video van Nas Daily over het Hadassah-ziekenhuis in Jeruzalem. Wat daar zichtbaar wordt, is een heel andere werkelijkheid. Joodse en Arabische/Palestijnse artsen, verpleegkundigen en medewerkers die samenwerken. Niet om elkaar te bestrijden, maar om mensen te verzorgen. Niet om afkomst, religie of nationaliteit centraal te stellen, maar om ziekte, pijn en kwetsbaarheid ernstig te nemen.

Voor mij komt daar iets aan het licht dat veel dieper gaat dan politiek. Dit is de wereld waarvoor ik wil kiezen. Een wereld waarin mensen elkaars lijden proberen te verlichten. Een wereld waarin de zieke geholpen wordt, de kwetsbare wordt beschermd en de mens niet wordt herleid tot zijn groep, vlag of vijandbeeld.

In Bijbelse taal zou ik zeggen: hier zien we een voorafschaduwing van het Koninkrijk Gods. Niet als grote slogan, maar als concrete praktijk. Mensen die kiezen voor het leven. Mensen die de ander niet opofferen aan een idee, een strijd of een ideologie, maar die zich buigen over wie hulp nodig heeft.

Dat raakt ook aan het verhaal waarover ik eerder schreef: de Akedah, het verhaal waarin Abraham zijn zoon niet offert. In de islam staat datzelfde grondverhaal mee in het hart van het Offerfeest. De kern ervan is niet dat God de dood vraagt, maar dat God de dood onderbreekt en kiest voor het leven: de zoon moet leven.

Daar ligt voor mij de beslissende keuze. Kiezen wij voor het leven, of blijven wij gevangen in verhalen waarin mensen opnieuw en opnieuw worden geofferd? Kiezen wij voor het verlichten van lijden, of voor het aanwakkeren van strijd? Kiezen wij voor plaatsen waar mensen ondanks alles samenwerken, of maken wij zelfs die plaatsen verdacht omdat ze niet passen in ons vijandbeeld?

Wie de Israëlische vlag wil weghalen, moet opletten dat hij niet tegelijk alles wegdrukt wat vandaag in Israël ook hoopgevend, menselijk en voorbeeldig is. Wie de vlag wil laten hangen, moet opletten dat hij niet blind wordt voor het reële lijden van de Palestijnen in de Palestijnse gebieden. Beide waarheden moeten gezegd kunnen worden.

Maar wat mij hoop geeft, is niet de zoveelste vlaggendiscussie. Wat mij hoop geeft, zijn plaatsen waar mensen laten zien dat samenleven niet alleen een droom is, maar een dagelijkse praktijk. Een ziekenhuis waar Israëli’s, Joden, Arabieren en Palestijnen samenwerken om levens te redden, zegt misschien meer over de toekomst dan duizend slogans op straat.

Misschien is dat de vraag die we ons vandaag moeten stellen: welke werkelijkheid willen wij groter maken?

De werkelijkheid van de eeuwige strijd, waarin elk symbool een wapen of een doelwit wordt?

Of de werkelijkheid van mensen die kiezen voor het leven, voor genezing, voor zorg, voor de ander?

Voor het Huis van Abraham is die keuze duidelijk. Wij willen zoeken naar de plaatsen waar het samenleven al gebeurt. Niet omdat alles goed is. Niet omdat er niets te veroordelen valt. Maar omdat vrede niet groeit uit het vergroten van vijandschap. Vrede groeit waar mensen weigeren de ander alleen nog als vijand te zien.

Daar wil ik naar kijken. Daar wil ik van leren. Daar wil ik mijn hoop op richten.