“Zalig de vredestichters…” (Math. 5,9)
Die woorden klinken mooi. Maar vrede stichten is niet hetzelfde als moeilijke vragen vermijden. Het betekent niet dat we alles moeten gladstrijken, of dat de waarheid altijd precies in het midden ligt.
Soms vraagt vrede juist dat we eerlijker leren spreken. Niet harder, niet vijandiger, maar wel waarachtiger.
In een vorig artikel stelden we de vraag hoe je een gesprek over Israël en Palestina kunt voeren wanneer basiskennis ontbreekt. Maar er is nog een tweede probleem: soms zijn ook de woorden waarmee we spreken al geladen. Ze brengen niet alleen feiten over, maar ook een bepaalde manier van kijken.
De term Nakba is daar een goed voorbeeld van.
Vandaag wordt de Nakba meestal begrepen als het verhaal van Palestijnse vlucht, verdrijving en ontheemding in 1948. Dat leed is werkelijk. Vele Palestijnen verloren hun huis, hun dorp, hun toekomst en hun plaats in de wereld. Dat trauma leeft voort tot vandaag.
Maar 1948 heeft meer dan één gezicht.
Historisch verwees de Nakba naar de Arabische catastrofe: de nederlaag van Arabische legers en leiders nadat zij hadden geprobeerd de stichting van Israël te verhinderen en vervolgens de jonge Joodse staat militair te vernietigen. Dat element is geen detail. Het raakt aan de kern van het conflict: de weigering om het bestaan van een Joodse staat te aanvaarden.
Wanneer dat uit het verhaal verdwijnt, verandert de betekenis van het woord. Dan wordt 1948 vooral een verhaal waarin Israël alleen dader is en de Arabische verantwoordelijkheid nauwelijks nog zichtbaar wordt.
Daar komt nog een ander vergeten verhaal bij: de vlucht, verdrijving en verdwijning van Joodse gemeenschappen uit Arabische landen en Iran. Eeuwenoude gemeenschappen in landen als Irak, Egypte, Syrië, Jemen, Libië en Iran verdwenen grotendeels in de jaren na 1948. Ook daar was sprake van angst, druk, uitsluiting, vervolging, verlies en ontheemding.
Dat betekent niet dat het ene leed het andere opheft. Lijden is geen boekhouding. Palestijns lijden wordt niet minder werkelijk omdat ook Joden uit Arabische landen en Iran leden.
Maar men kan ook geen vrede bouwen door het ene trauma zichtbaar te maken en het andere onzichtbaar te laten.
Daarom delen we hierbij een video van Nas Daily, de online naam van Nuseir Yassin. Hij is een Palestijns-Israëlische videomaker die probeert uit te leggen dat twee verhalen tegelijk waar kunnen zijn. Voor velen is dat moeilijk. Wie zich sterk met één kant identificeert, ervaart het erkennen van het andere verhaal al snel als verraad aan het eigen verhaal.
Toch begint vrede misschien precies daar: bij de weigering om het verhaal van de ander te laten verdwijnen.
Vrede stichten is geen zachte neutraliteit. Het is niet iedereen een beetje gelijk geven. Het vraagt dat we halve verhalen durven tegenspreken, niet om een kamp te bedienen, maar om dichter bij de waarheid te komen.
In christelijke taal klinkt het: “Zalig zijn de vredestichters.” In islamitische taal spreekt men over iṣlāḥ: herstellen wat gebroken is, verzoening zoeken en recht doen tussen mensen. In beide gevallen gaat het niet om vrede als stilte, maar om vrede als herstel.
En herstel vraagt waarheid.
Vrede begint niet met halve verhalen. Geen duurzame vrede kan groeien waar het verhaal van de ander eerst moet verdwijnen.
Meer lezen, reageren of verder denken?
Wil je een vraag stellen, een antwoord formuleren of mee in gesprek gaan?
Klik hier naar Wus’a, het dialoog- en leerplatform van Huis van Abraham.
Daar vind je ook een uitgebreidere reflectie bij dit onderwerp, met verwijzing naar het opiniestuk van Leon de Winter, “Joodse ontheemding is de grootste Nakba”, verschenen in De Telegraaf op 9 juni 2026.