Tijdens mijn vakantie in Nederlands Limburg stond ik onverwacht oog in oog met een stukje wereldgeschiedenis. In Steyl, het kloosterdorp van de missionarissen van de SVD, de Societas Verbi Divini, zag ik in het missiemuseum de bebloede kleding van twee jonge missionarissen die in China waren vermoord. Het was een uitzonderlijke en tragische gebeurtenis, maar ze staat symbool voor de risico’s, de spanningen en de misverstanden die missionarissen soms moesten trotseren. Vanuit Steyl vertrokken honderden, en later zelfs duizenden idealistische jongeren naar het Verre Oosten, te beginnen met China.
Hetzelfde gebeurde in België, waar vanuit het missiehuis van Scheut — officieel de Congregatio Immaculati Cordis Mariae (CICM), gesticht door Theophile Verbist — eveneens generaties jongeren vertrokken, gedreven door roeping en dienstbaarheid.
China: een land dat niet gekoloniseerd werd, maar wel opengebroken
China werd in de 19e eeuw nooit formeel een kolonie, maar wel half‑gekoloniseerd door een reeks “ongelijke verdragen”. Die verdragen kwamen er na twee conflicten die vandaag nog altijd beladen klinken: de Opiumoorlogen (1839–1842 en 1856–1860).
Het is een tragisch verhaal dat vaak te weinig bekend is. Westerse mogendheden introduceerden opium in China omdat de Chinezen nauwelijks Europese producten wilden kopen. De handel was volledig onevenwichtig: Europa kocht massaal thee, zijde en porselein, maar China had weinig interesse in Europese goederen. De zilverstroom liep één richting uit — en dat werd in Londen als een probleem gezien.
De oplossing die men vond, was cynisch: opium uit India werd massaal naar China gesmokkeld. Toen China probeerde opium te verbieden, werd het daarvoor gestraft met oorlog.
De verdragen die volgden, verplichtten China om havens te openen, buitenlandse handel te tolereren, en — cruciaal voor ons verhaal — missionarissen toe te laten. Missionarissen vielen bovendien onder extraterritorialiteit: ze vielen niet onder Chinese wetgeving. Dat maakte hen, vaak tegen hun eigen intentie, tot symbolen van buitenlandse invloed.
Scheut en Steyl: idealisme in een geopolitieke context
In die context waren twee missionaire orden uit onze streken in het bijzonder betrokken: de Missionarissen van Scheut (CICM) en de Societas Verbi Divini (SVD).
Wat mij treft, is dat deze missionarissen niet vertrokken om te onderdrukken, maar om dienstbaar te zijn. Ze vertrokken jong, idealistisch, bewierookt door familie en parochie, met een roeping om goed te doen, om lijden te verlichten, om nabij te zijn. Hun boodschap — dat God begaan is met mensen, dat alle mensen gelijkwaardig zijn, dat de mens geroepen is om het lijden te verminderen — is vandaag nog even relevant als toen.
Maar ze kwamen terecht in een context die hun aanwezigheid meteen politiek maakte. Dat was niet hun keuze, maar de realiteit waarin ze moesten werken.
Opvallend is dat de moord waarover we spraken in de inleiding plaatsvond in 1898, slechts één à twee jaar vóór de spanningen in China zouden uitmonden in openlijk geweld. Sommigen zien ze zelfs als een kleine rimpeling die al liet voelen dat er iets groters in beweging was.
De Bokseropstand: wanneer spanningen openbarsten
Aan het einde van de 19e eeuw barstte dan die spanning open in de Bokseropstand (1899–1901). Het was een explosie van woede over buitenlandse inmenging, economische vernedering en culturele ontwrichting. Missionarissen en Chinese christenen werden doelwit, niet omdat ze persoonlijk gehaat waren, maar omdat ze symbool stonden voor een bredere buitenlandse druk.
Voor Scheut en Steyl was dit een traumatische periode. Hun missionarissen kwamen terecht in geweld dat ze nooit hadden gewild, en hun Chinese christenen stonden tussen twee vuren. Het is een episode die vandaag nog altijd vragen oproept over de rol van religie in een politiek geladen context.
Hoe kijken we daar vandaag naar?
Veel mensen lezen deze geschiedenis vandaag met een postkoloniale bril — en dat is waardevol, want het helpt om structuren van macht en ongelijkheid te herkennen. Maar die bril kan ook alles plat slaan. Het is te eenvoudig om duizenden idealistische jongeren te reduceren tot “koloniale agenten”. Dat doet geen recht aan hun roeping, hun inzet, hun offers, en hun verlangen om goed te doen.
De missiologie is doorheen de tijd veranderd. Niet omdat de kernboodschap minder waardevol werd, maar omdat missionarissen beter zijn gaan begrijpen hoe die boodschap het best gedeeld kan worden: niet als opgelegde waarheid, maar via ontmoeting, dialoog en het voorbeeld van het eigen leven. Dat is geen afschaffing van missie, maar missie die volwassen is geworden.
Een rijpere visie op missie
Missie vandaag is geen culturele verovering, geen indoctrinatie, geen westerse superioriteit. Het is engagement, solidariteit, interculturele ontmoeting, werken aan minder lijden, bouwen aan een betere wereld. Het is dezelfde roeping, maar gedragen op een manier die past bij een wereld die gevoelig is voor macht, identiteit en geschiedenis.
Misschien is dat de essentie die we vandaag moeten bewaren.
Meer lezen, reageren of verder denken?
Wil je een vraag stellen, een antwoord formuleren of mee in gesprek gaan?
Klik hier naar Wus’a, het dialoog- en leerplatform van Huis van Abraham.