Zestig jaar Nostra Aetate (1965-2025): hoofd omhoog, ogen open!

Dankzij een scherpe getuigenis van Andrea Bauer op LinkedIn (voor een NL-vertaling, zie beneden) klinkt vandaag een ongemakkelijke vraag:

Zestig jaar na Nostra Aetate: zijn we als Kerk vooruitgegaan… of sluipen we opnieuw achteruit?

De foto van Johannes XXIII en Jules Isaac herinnert ons eraan waar het werkelijk om ging.
Niet om diplomatie of politieke evenwichtsoefeningen, maar om een morele herbronning na de Shoah.
Johannes XXIII liet zich raken door Isaacs pijnlijke verslag van eeuwen christelijke vijandigheid.
Hij wilde een Kerk die Joden niet langer zag als object van bekering, maar als partners in geloof en waardigheid.

Veel mensen die al lang betrokken zijn bij joods-christelijke relaties herkennen wat Bauer vandaag aanvoelt:

Dat delen van de Kerk opnieuw in oude reflexen vervallen — alleen in nieuwe taal.
Geen openlijke vijandigheid, maar stilzwijgen.
En stilzwijgen is in de geschiedenis nooit onschuldig geweest.

Nostra Aetate was geen politiek gebaar maar een bindende bekering van de Kerk.
Die vraagt vandaag opnieuw moed, waakzaamheid en helderheid.

In deze tijd van polarisatie mogen katholieken niet in slaap vallen.

De woorden van het concilie zijn geen museumstuk — ze zijn een opdracht.


Andre Bauer:

Zestig jaar na Nostra Aetate: zijn we vooruitgegaan of achteruit?

Ik schrijf dit niet als theoloog, maar als katholieke leek die met onbehagen kijkt naar de 60ste verjaardag van Nostra Aetate.

Het document was bedoeld om een beslissende breuk te markeren met de lange geschiedenis van christelijke vijandigheid tegenover Joden. Maar na het pontificaat van Franciscus, en nu onder Leo, kan ik het gevoel niet van mij afzetten dat delen van de Kerk achteruit afglijden — oude reflexen herhalend in nieuwe taal, en op een verontrustend weinig heldere manier spreken over Joden en Israël.

Wat vaak vergeten wordt, is dat Nostra Aetate niet op zichzelf stond. Het was gebouwd op Lumen Gentium — Licht der Volkeren — een dogmatische constitutie die de blijvende verkiezing van het Joodse volk bevestigde als onderdeel van het zelfverstaan van de Kerk.


Die verschuiving was niet symbolisch. Ze was doctrinair. Bindend. En toch wordt ze zestig jaar later vaak terzijde geschoven zodra de politiek ongemakkelijk wordt.

Paus Johannes XXIII had nooit een verklaring over alle religies gepland. Wat hem bewoog, was de Shoah — en het besef van wat het christelijke zwijgen had laten gebeuren. Zijn doel was het herdefiniëren van de relatie van de Kerk met het Joodse volk.

Rond hem stonden kardinaal Bea en de Joodse historicus Jules Isaac, die aandrongen op een eerlijke afrekening en een nieuwe theologische taal. Hun dialoog was menselijk, nederig, open: Joden niet langer zien als objecten van bekering, maar als subjecten van geloof en waardigheid.

Rond hem stonden kardinaal Bea en de Joodse historicus Jules Isaac, die aandrongen op een eerlijke afrekening en een nieuwe theologische taal. Hun dialoog was menselijk, nederig, open: Joden niet langer zien als objecten van bekering, maar als subjecten van geloof en waardigheid.

Rond hem stonden kardinaal Bea en de Joodse historicus Jules Isaac, die aandrongen op een eerlijke afrekening en een nieuwe theologische taal. Hun dialoog was menselijk, nederig, open: Joden niet langer zien als objecten van bekering, maar als subjecten van geloof en waardigheid.

Pas later, onder politieke druk van Arabische staten en bisschoppen die vreesden voor erkenning van Israël, werd de verklaring uitgebreid naar andere religies. Maar het hart bleef Artikel 4 — “een document van waarheid en liefde.”
Nostra Aetate kwam nadat de Joodse wereld van Europa al was vernietigd. De Kerk vond nieuwe eerbied voor het jodendom pas toen de beschaving die deze woorden had moeten horen, verdwenen was.


Dat zwijgen begon niet in 1933. Het eindigde toen Pius XII diplomatie verkoos boven morele helderheid — en het christelijke Europa wegkeek.

Europa heeft nooit werkelijk gezien wat de Joden in haar midden waren — niet een minderheid, niet een theologische voetnoot, maar één van de motoren van haar eigen moderniteit.

En nu duikt in delen van de katholieke wereld een nieuwe retoriek op — gehuld in traditie maar bang voor moderniteit. Ze verandert geloof in een vesting en geschiedenis in een complot.

Ze schreeuwt niet langer over godsmoord, maar fluistert over invloed en controle. Dit is de stille omkering van Nostra Aetate: de terugkeer van angst vermomd als trouw. Formeel spreekt de Kerk niet langer de taal van vijandigheid — maar al te vaak tolereert ze wie dat wél doen.

Het resultaat is geen medeplichtigheid, maar stilte.

En stilte is altijd de welsprekendste vorm van toestemming geweest.