In Nederland loopt een media-campagne rond de gevaren van polarisatie bij verschillende maatschappelijke thema’s, zoals klimaat, politiek of asiel. Aan het einde van elke campagnespot wordt de vraag gesteld:
‘Ben je nu een discussie aan het winnen, of elkaar aan het verliezen?’
Die vraag dringt zich ook op bij het debat rond het eredoctoraat dat drie Vlaamse universiteiten hebben toegekend aan Francesca Albanese, de VN-Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden.
Ik begrijp dat achter zo’n keuze een morele intentie kan schuilgaan. Maar een goede intentie volstaat niet. Een universiteit is geen activistische instelling. Zij mag zich maatschappelijk uitspreken, maar haar eerste opdracht blijft waarheidszoeking: zorgvuldig onderscheiden, feiten ernstig nemen, en niets onder tafel schuiven omdat het niet in het gewenste verhaal past.
Precies daar wringt het voor mij.
Een eredoctoraat is geen neutraal gebaar. Het is een publiek eerbetoon. Het zegt aan studenten en aan de samenleving: dit is iemand die wij als voorbeeld naar voren schuiven. Dan is het niet voldoende om te antwoorden dat die keuze “niet tegen Israël” of “niet tegen joden” gericht is. De kernvraag is of men voldoende ernstig heeft gekeken naar de zware kritiek die al langer op Albanese bestaat, onder meer wegens uitspraken en gedragingen die door verschillende regeringen en critici als antisemitisch of ernstig eenzijdig worden beschouwd. In februari 2026 riepen meerdere Europese landen publiek op tot haar ontslag, terwijl anderen binnen VN-kringen stelden dat sommige beschuldigingen verdraaid of uit hun context gehaald waren. Juist daarom gaat het hier om een zwaar en ernstig dossier.
Daar komt nog iets bij. De Europese Unie behandelt Hamas formeel binnen haar sanctiekaders als terroristische actor. Dat is geen detail, maar het institutionele en juridische kader waarin Europese instellingen opereren. Wanneer iemand die publiek geëerd wordt, op een manier spreekt die volgens velen die realiteit moreel vervaagt, dan is het legitiem om te vragen of een universiteit hier nog voldoende onderscheid maakt tussen mensenrechtenengagement en morele blindheid.
Belangrijk is ook dat deze zorg niet mag worden weggezet als enkel een probleem van “joodse organisaties”. Natuurlijk is het begrijpelijk en terecht dat Joodse organisaties hier bijzonder alert op reageren. Er was ook scherpe kritiek vanuit de georganiseerde Joodse vertegenwoordiging in België. Maar men hoeft niet joods te zijn om deze zaak problematisch te vinden. Zoals men geen lid van een getroffen groep hoeft te zijn om racisme te herkennen, zo hoeft men ook hier niet persoonlijk betrokken te zijn om te zien dat de vraag veel breder is: nemen universiteiten alle relevante feiten ernstig genoeg, ook wanneer die politiek of moreel ongemakkelijk liggen?
Dat is voor mij de echte kwestie. Niet of universiteiten geen waarden mogen hebben, maar of zij in tijden van sterke polarisatie nog in staat zijn hun eigen verantwoordelijkheid te dragen. Misschien is de druk vandaag groot: interne mobilisering, activistische verwachtingen, de symbolische logica van het moment. Maar juist dan zouden universiteiten de plaats moeten zijn waar men vertraagt, onderscheidt en weigert om ongemakkelijke vragen weg te poetsen.
Ik schrijf dit niet om het gesprek af te sluiten. Integendeel. Ik denk dat we het gesprek juist moeten openhouden, ook met wie deze beslissing verdedigt. Achter die verdediging zitten vaak oprechte bekommernissen: om Gaza, om onrecht, om mensenrechten, om de plicht niet te zwijgen. Die bekommernissen verdienen ernstig genomen te worden. Maar dat ontslaat niemand van de plicht om ook de andere kant van de zaak onder ogen te zien.
Daarom blijft voor mij de vraag staan:
Hebben deze universiteiten hier werkelijk de volledige waarheid onder ogen gezien?
Hebben zij de zwaarwegende bezwaren ernstig genoeg gewogen?
En beseffen zij dat een eredoctoraat niet alleen een persoon eert, maar ook een voorbeeld stelt voor jonge mensen?
Als dat onvoldoende is gebeurd, dan is de vraag “Ben je nu een discussie aan het winnen, of elkaar aan het verliezen?” pijnlijk actueel. Dan gaat het niet alleen om een discussie die men denkt te winnen. Dan gaat het om mensen die men onderweg verliest, omdat zij voelen dat niet alle feiten even welkom zijn.
Een universiteit mag moedig zijn.
Maar moed zonder waarheidsdiscipline is geen deugd.
