Wanneer ontbrekende context de verantwoordelijkheid verschuift …

In een artikel op Otheo, het Vlaamse katholieke mediaplatform waarvan Kerk & Leven het weekblad is, over de zaligverklaring in Dimane, Libanon, van Elias Boutros Hoyek (1843–1931) op 25 juli ll., las ik dat de Libanese nationale eenheid zwaar onder druk staat door “de voortdurende aanvallen van Israël op Hezbollah en de christelijke en sjiitische dorpen in het zuiden van het land”.

De gevolgen van de Israëlische aanvallen in Libanon zijn zwaar. Dorpen worden getroffen, mensen verliezen hun woning en burgers komen om het leven. Dat leed moet worden gezien en benoemd. Toch is er iets wezenlijks mis met de manier waarop deze ene zin het conflict voorstelt. Niet noodzakelijk omdat alles wat erin staat feitelijk onjuist is, maar omdat de ontbrekende context de verdeling van verantwoordelijkheid verandert.

Hezbollah is geen dorp of bevolkingsgroep

In de formulering van Otheo worden Hezbollah, christelijke dorpen en sjiitische dorpen naast elkaar geplaatst als voorwerpen van Israëlische aanvallen.

Maar Hezbollah is geen bevolkingsgroep. Het is een politieke en zwaarbewapende militaire organisatie, die met steun van Iran buiten het exclusieve gezag van de Libanese staat opereert.

Israël voert aanvallen uit op plaatsen waar Hezbollah strijders, wapens en militaire infrastructuur heeft. Daarbij worden ook dorpen en burgers getroffen. Over de rechtmatigheid en proportionaliteit van afzonderlijke aanvallen moet kritisch worden geoordeeld.

Maar het maakt voor de beeldvorming een groot verschil of men schrijft dat Israël christelijke en sjiitische dorpen aanvalt, of dat Israël Hezbollahdoelen aanvalt in en rond dorpen die daardoor zwaar getroffen worden.

In de eerste formulering lijkt het alsof de religieuze identiteit van de dorpen deel uitmaakt van het Israëlische doelwit. Daarvoor wordt in het artikel geen bewijs geleverd.

De vergeten voorgeschiedenis

Om de huidige situatie te begrijpen, moeten we terug naar afspraken die al lang vóór de huidige oorlog werden gemaakt.

Na de Libanese burgeroorlog werd in 1989 afgesproken dat de milities hun wapens zouden inleveren en dat het militaire gezag opnieuw bij de Libanese staat zou komen te liggen. De meeste grote milities ontwapenden. Hezbollah bleef de voornaamste uitzondering.

In 2004 riep VN-Veiligheidsraadresolutie 1559 opnieuw op tot de ontwapening van alle Libanese en niet-Libanese milities.

Na de oorlog tussen Israël en Hezbollah van 2006 volgde resolutie 1701. Hezbollah moest zijn aanvallen beëindigen en zijn militaire aanwezigheid ten zuiden van de rivier de Litani opgeven. Israël moest zijn offensieve operaties beëindigen en zich terugtrekken. Het Libanese leger en UNIFIL moesten vervolgens het gezag in Zuid-Libanon overnemen.

Het doel was duidelijk: Zuid-Libanon mocht niet opnieuw als zelfstandig Hezbollahfront tegen Israël worden gebruikt.

Israël trok zich terug, maar Hezbollah ontwapende niet. Het behield en versterkte zijn militaire macht. De Libanese staat bleek niet in staat daar een einde aan te maken. Intussen bleef UNIFIL bijna twintig jaar in het gebied aanwezig.

UNIFIL had niet de opdracht Hezbollah zelf met geweld te ontwapenen. De primaire verantwoordelijkheid lag bij de Libanese autoriteiten en het Libanese leger. Maar het resultaat blijft dat onder langdurige internationale aanwezigheid precies het militaire apparaat kon voortbestaan dat resolutie 1701 uit Zuid-Libanon had moeten verwijderen.

Hezbollah opende opnieuw een front

Op 8 oktober 2023, één dag na de aanval van Hamas op Israël, begon Hezbollah vanuit Libanon aanvallen uit te voeren op Israëlische doelen.

Dat gebeurde niet op bevel van de Libanese regering. Hezbollah besloot als zelfstandige gewapende organisatie een nieuw front te openen ter ondersteuning van Hamas.

Daardoor moesten tienduizenden Israëli’s hun woningen in het noorden verlaten. Ook de Libanese bevolking werd in een oorlog betrokken waarover haar regering niet zelfstandig had beslist.

Israël escaleerde vervolgens zijn militaire optreden, met zeer zware gevolgen voor Libanese burgers en dorpen. Dat mag niet worden verzwegen. Maar de keuze van Hezbollah om het front te openen evenmin.

Wanneer alleen de Israëlische reactie zichtbaar blijft en Hezbollahs voorafgaande handelen uit het causale verhaal verdwijnt, krijgt de lezer geen volledige beschrijving van het conflict.

Wat bedreigt de Libanese eenheid?

De Libanese nationale eenheid staat inderdaad zwaar onder druk. Israëlische aanvallen en de verwoesting van dorpen versterken die druk.

Maar de Libanese eenheid wordt ook al veel langer ondermijnd doordat één politieke en religieuze beweging over een eigen leger beschikt en zelfstandig kan beslissen wanneer het land in oorlog raakt.

De fundamentele vraag is daarom: kan de Libanese regering werkelijk beslissen over oorlog en vrede? Kan het Libanese leger zijn gezag over het hele land uitoefenen? Of blijft Hezbollah een gewapende macht naast en deels boven de staat?

Dat is geen bijkomstige achtergrond. Het is een van de centrale oorzaken van de Libanese crisis.

De verantwoordelijkheid van katholieke journalistiek

Van een katholiek medium verwachten we geen partijtrouw, maar trouw aan waarheid en rechtvaardigheid.

Dat betekent dat Israël moet worden bekritiseerd wanneer daar gegronde redenen voor zijn. Maar het betekent ook dat Israël recht moet worden gedaan wanneer zijn veiligheidscontext wordt weggelaten of wanneer de verantwoordelijkheid eenzijdig wordt voorgesteld.

Het Tweede Vaticaans Concilie stelde in Inter mirifica dat berichtgeving niet alleen waar, maar ook volledig moet zijn. Een zin kan dus afzonderlijk controleerbare feiten bevatten en toch een misleidend beeld geven doordat belangrijke oorzaken en handelende partijen ontbreken.

Barmhartigheid met getroffen burgers is noodzakelijk. Maar barmhartigheid mag niet betekenen dat de organisatie die een land buiten het staatsgezag om in oorlog brengt, uit het verhaal verdwijnt.

Barmhartigheid zonder waarheid dreigt uiteindelijk degene te beschermen die de gewelddadige toestand in stand houdt.


Naar aanleiding van het artikel van Otheo werd hierover een open brief geschreven. De volledige brief, met verdere historische context en bronnen, is te lezen op het leer- en dialoogplatform Wus’a:
Open brief aan Otheo over waarheid, verantwoordelijkheid en vrede in Libanon – Israël en het Midden-Oosten – Wus’a

Link naar het oorspronkelijke artikel (voor abonnees): 
https://www.otheo.be/nieuws/vader-van-groot-libanon-zaligverklaard